fbpx
okt
03
De taal van de hond? Hoe honden leren. Dit is wat er vaak gebeurd!

‘Hujambo, jinsi wewe?’

….

‘Hujambo!” …. “Hujambó!!!’

Ik was op de middelbare school niet zo’n talenwonder.

‘Bonjour, comment ça va?’

Hoe was het ook alweer?

Je suis, vous êtes, il est… Pff, best lastig. Lang leve Google vertalen! 🙂

En al die woordjes die je moest leren en onthouden! Weet jij ze nog? Maison (huis), voiture (auto), table (tafel), chaise (stoel), chien (hond)…

Die “chiens” zouden eigenlijk ook eens een andere taal moeten leren. Die van ons! Zij communiceren namelijk, naast door te blaffen, piepen, janken, enz., onder andere met de lichaamshoudingen en soepelheid van het lichaam, de stand van de staart en oren, hun manier van bewegen en gelaatsuitdrukkingen. Als we ons niet realiseren hoe moeilijk het is voor de hond om onze taal te begrijpen en we zijn ons niet bewust van de taal die de hond spreekt, ontstaat er al snel miscommunicatie. Wij zeggen iets tegen de hond waarvan we verwachten dat hij het begrijpt en de hond op zijn beurt communiceert op zijn manier en neemt aan dat wij hem snappen. Hmmm. Om een goede relatie met je hond (en niet alleen met je hond natuurlijk!) op te kunnen bouwen is het van essentieel belang dat je elkaar begrijpt.

Baas en hond begrijpen elkaar niet altijd helemaal

Wat kan er mis gaan? Hieronder een tafereeltje in een willekeurig park, beschreven vanuit het perspectief van het baasje. 

Het baasje vindt het tijd om naar huis te gaan, maar hond Bello speelt nog druk met een andere hond. Het baasje roept: ‘Bello, kom hier’. Bello maakt geen aanstalten om te komen, hij speelt gewoon verder. Het baasje kijkt op haar horloge en mompelt ‘Hij doet weer net alsof hij doof is’. ‘Bello! Kom hier nu!!’ roept ze, al enigszins geïrriteerd. Nu kijkt Bello op. ‘Hij heeft me dus toch gehoord’, verzucht het baasje. Bello komt een paar passen dichterbij. ‘Schiet eens op!’, roept het baasje, snel op hem af lopend om hem aan te lijnen. ‘Verdorie, nu maakt hij een bochtje en loopt weer van me weg!’, klaagt het baasje in zichzelf, om zich vervolgens boos tot de hond te richten. ‘Eigenwijze hond! Hierkomen, nu!’. Ondertussen heeft de baas van de andere hond Bello kunnen pakken. Boos beent Bello’s baasje op hem af en spreekt hem bestraffend toe. “Dat is foei, hè! Je moet komen als ik je roep! Als je dat nog eens doet, mag je niet meer spelen met andere honden, hoor!’ Het doet haar deugd dat de hond de boodschap heeft begrepen, want Bello lijkt zich duidelijk schuldig te voelen. Hij duikt ineen en kijkt zijn baasje onderdanig aan. ‘Misschien heeft hij het nu eindelijk geleerd voor de volgende keer’, zegt het baasje tegen de andere hondeneigenaar en loopt met Bello naar de auto. Bello loopt mee zonder protest, maar kijkt nog wel een paar keer achterom naar zijn speelkameraadje, die traag kwispelend achterblijft.

Nu Bello’s versie van het voorgaande tafereel:

‘Lekker spelen met een andere hond. Lekker spelen met een andere hond. Lekker spelen met een andere hond. Lekker spelen met een andere hoooooond! Ik vind het echt ge-wel-dig om te spelen met een andere hoooooond!’ Bello gaat er helemaal in op. Het is eigenlijk hetzelfde als wanneer jij een heel spannende voetbalwedstrijd zit te kijken. Of je favoriete serie. Ken je dat? Dan hoor je het soms ook niet als iemand iets tegen je zegt. ‘Hè, zei je wat?’

‘Bello! Kom hier sasa!’ Bello hoort zijn baasje roepen, kijkt op en loopt enigszins twijfelend in haar richting. ‘Haraka juu!’, klinkt het. ‘Geen idee wat ze zegt’, denkt Bello, maar ziet zijn baasje in een wat dreigende houding snel naar hem toe lopen. ‘Ik zal proberen om haar wat te kalmeren, al heb ik geen idee wat er aan de hand is’, denkt Bello. Hij loopt in een bochtje en draait wat van zijn baasje weg (voor honden een signaal om de ander te kalmeren). Oei! Nu gaat het helemaal mis. ‘Mjuvi mbwa! Hierkomen sasa!’ Het baasje gaat nog harder schreeuwen en komt nu zeer dreigend aangesneld. ‘Hiyo ni aibu eh! Unapaswa kuja wakati mimi wito! Kama wewe kufanya hivyo tena, unapaswa kucheza na mbwa wengine kusikia!’ zegt zijn baasje op beschuldigende toon. ‘Wat is er toch aan de hand en wat bedoelt ze?’ denkt Bello, ‘Ik snap er niets van en ze maakt me bang!’. Bello ‘vertelt’ dat hij bang is door een lage houding aan te nemen en loopt om de vrede te bewaren met zijn baasje mee. Terwijl hij omkijkt naar zijn speelkameraadje denkt hij ‘Nou, volgende keer maar een beetje oppassen voor mijn baasje. Die is zo onvoorspelbaar. Die luistert helemaal niet naar me. Daar valt niet mee te communiceren…’.

Miscommunicatie! Waar gaat het mis?

We gaan er als mensen vaak te snel van uit dat de hond wel snapt wat we zeggen, terwijl we meer tijd zouden moeten nemen om de hond onze woordjes, onze commando’s, goed aan te leren en op te volgen. Ook in een moeilijke situatie met veel afleiding. Dat vergt training. Een hond die in een rustige situatie komt als je hem roept, weet niet automatisch wat er van hem verwacht wordt als er veel afleiding is. Stel je maar eens voor: je hebt de franse woordjes van hierboven (weet je ze nog?) op school geleerd. Nu zegt iemand iets tegen je in het Frans terwijl je die spannende voetbalwedstrijd of je favoriete serie zit te kijken. En bovendien voegt diegene, als hij zich herhaalt, allerlei woorden toe die je helemaal nooit geleerd hebt! ‘Hè, wat zei je?’ Alleen herhalen wat je al hebt gezegd werkt niet om een andere taal te leren, zeker niet als er telkens nieuwe, onbekende woorden aan toe worden gevoegd. Als je niet eerst leert wat de woordjes betekenen en iemand blijft ze op steeds weer een andere manier tegen je herhalen, dan verlies je snel de aandacht en geef je het op om diegene te willen verstaan. De woordjes worden RUIS.

Terug naar het tafereel in het park. Je hebt als baasje de hond geleerd te komen op het commando ‘Hier!’. Hij hoort je de eerste keer niet omdat hij opgaat in het spel met een andere hond. Je herhaalt het commando maar nu met toegevoegde woorden die de hond niets zeggen omdat hij ze nooit geleerd heeft en ze voor de hond dus overbodige informatie zijn, ruis. Voor mensen is het gebruikelijk om als een ander mens – een kind, bijvoorbeeld – niet luistert hetzelfde nogmaals te zeggen, maar telkens op een iets andere manier, met iets andere woorden, totdat de boodschap bij de ander aankomt. Voor een hond komt het veranderen van het commando of het toevoegen van woorden overeen met wat Swahili voor ons betekent: ruis. Zorg er dus voor dat je de hond helpt in situaties waarin hij (nog) niet doet wat je hem vraagt door alleen de geleerde woordjes, de commando’s die hij kent, te gebruiken. Daarmee leg je hem eigenlijk uit wat de betekenis is van het woordje. Na herhaaldelijk oefenen en vaker ‘uitleggen’ (helpen dus) zal de hond gaan begrijpen wat je van hem wil. Resultaat: een hond die doet wat je hem vraagt!

Verder moeten we ons bewust zijn dat de hond voornamelijk met zijn lichaam communiceert. Hij vertelt ons óók iets en geeft alleen maar die informatie die essentieel is om zijn boodschap over te brengen. Honden zijn meesters in communicatie, maar hondentaal komt niet voor in Google vertalen! Daarom hieronder in beeld een aantal voorbeelden van hondentaal. Dít is wat de hond je wil vertellen met zijn lichaam! Do you speak dog? 

Wist je dat we regelmatig een hele leuke en leerzame lezing over de taal van de hond organiseren? Lees verder > 

Leave a comment