fbpx
feb
01
Puppyvraag: gek plasgedrag

Deze puppyvraag kregen we de afgelopen weken binnen

Vraag:

“Hoi Sandra, ik heb een vraag.
Sinds 3 dagen plast Jane ‘s avonds na het eten in huis. Op het kleed. Ze is dan voor het eten nog uit geweest en heeft dan geplast en gepoept. Het is ook een plasje van niks.
Ze is eigenlijk gewoon goed zindelijk. Houdt overdag en s nachts haar plas perfect op. Ze krijgt 2x per dag een ‘grote wandeling’ passend bij haar leeftijd qua tijdsduur en mag dan ook lekker los rennen. Daarnaast gaat ze nog 2 tot 3 x korter naar buiten. Bij elkaar dus minimaal 5 uitlaatbeurten per dag. En toch plast ze nu s avonds na het eten binnen.
Heb je enig idee wat dit kan zijn en hoe ik het op kan lossen? Kan het komen omdat ze aan het wisselen is? En waarom zou ze het dan alleen na het avondeten doen?”

Antwoord:

“Gezien haar leeftijd (de pup is 4,5 maand oud) kan het te maken hebben met het verwerken van prikkels en dan even geen aandacht hebben voor haar zindelijkheid. Bij pups komt het nogal eens voor als opstapeling van prikkels omdat ze daar nu gevoeliger voor kan zijn (andere impact) dan een paar weken geleden. Als ze een bench heeft die ze als veilige plek ziet en droog houdt, zou ik haar op dit tijdstip, om het patroon te doorbreken en te voorkomen dat ze bij het kleed kan komen, in de bench doen. Vanuit de bench laat je haar dan een paar keer extra plassen. In plaats van de bench kun je haar ook even aanlijnen en in je buurt houden. Ook hier is het doel om het patroon even te doorbreken.”

Heb jij ook een puppyvraag?

Stel m hieronder in de reacties of per email aan sandra@caniconnect.nl.
feb
01
“Ja maar, jij hebt ook een herder…”

Waarom doet een hond wat hij doet?

Omdat het een herder is, die zijn zo lekker baasgericht, lopen nooit weg en luisteren altijd vanzelf. Die willen ook zo graag met je trainen. Of een beagle, die zijn zooo eigenwijs, die luisteren nooit, lopen alleen maar te snuffelen en kun je niet los laten lopen. En dan de labradoodle, dat is een ideale gezinshond want ze worden ook veel opgeleid als hulphond en zijn dus gemakkelijk op te voeden. En ze voelen je zo goed aan.

je hond is een eigen persoonlijkheidNou, ik ken een hoop herders, beagles en labradoodles die de rasbeschrijving niet zo goed hebben gelezen. Herders die 100 meter bij je vandaan lopen zonder één keer om te kijken. Beagles die uitblinken in een volgoefening met wat een fantastische aandacht voor de baas. De herder van net zou er jaloers op worden (of zijn baasje misschien ;-)). En labradoodles die niet geschikt zijn als therapiehond omdat ze het niet leuk vinden om zomaar door iedereen aangeraakt te worden en veel te hyper reageren op de hele wereld om hen heen.

Een hond is bovenal een individu

Een hond gedraagt zich niet als herder, als beagle of als labradoodle. Een hond gedraagt zich als zichzelf. Het is een eigen individu, een eigen persoonlijkheid. Net als jij, jij gedraagt je toch ook vooral als Petra, Rick of Angelique? En niet als inwoner van IJsselstein, of als Nederlander?

Aanleg en vroege socialisatie

Je hond doet wat hij doet omdat hij bepaalde aanleg heeft, en als herder zijnde wordt het waarschijnlijker dat daar dan wat herder-trekjes bijzitten. Hij doet wat hij doet omdat hij op een bepaalde manier geboren is, een moeder heeft met haar typische eigen gedrag en karakter en je hond als pup dat (wel of juist niet) als voorbeeld heeft gezien. Hij heeft als individu bepaalde gevoeligheden die wellicht eerder dan bij een ander getriggerd kunnen worden.

Wat gebeurt er en hoe reageert je hond erop?

En je hond doet wat hij doet omdat hij in bepaalde situaties komt. Er doen zich dingen voor, er gebeuren dingen om hem heen, hij wordt wel of niet getriggerd en leert vervolgens van de consequentie. En wat hij daar dan weer van leert (en hoe hij zich de volgende keer in een vergelijkbare situatie gedraagt) hangt af van hoe hij die consequentie ervaart. De ene hond maakt iets mee, positief of negatief, en dat maakt indruk, de hond is blij of onder de indruk, geschrokken, bang misschien. De andere hond komt in dezelfde situatie en het doet hem weinig, hij verblikt of verbloost er niet van.

Jouw rol als begeleider?

Maar ja, wat moet jij daar nou mee als baasje, eigenaar, begeleider van jouw maatje. Je in ieder geval realiseren dat je hond zich dus heel verschillend kan gedragen van het ideaalbeeld dat je misschien in je hoofd had. Je hebt je hond misschien uitgezocht op basis van informatie van een rasbeschrijving op internet, of omdat buren, vrienden of familie ook zo’n hond hadden en die vond je zoo leuk.

Niet verbaasd zijn dus als jouw hond zich anders blijkt te gedragen. Honden hebben net als wij hun eigen karakters. Jij lijkt in sommige opzichten misschien op een broer of zus maar in andere opzichten zullen jullie ook behoorlijk verschillen.

Als je je hond zo goed mogelijk wil begeleiden is het belangrijk om te blijven kijken naar hoe jouw hond op de wereld om hem heen reageert. Wat triggert hem of haar? Waar wordt hij blij van? Wat maakt hem bezorgd?

Zo kom je bij het karakter van jouw hond en kun je hem beter begeleiden, steun bieden of motiveren in situaties waarin hij dat nodigt heeft. Echt tegemoet komen en je inleven in de dingen die er voor je hond toe doen, zorgt voor meer verbinding met je hond, voor een meer-samen gevoel, ook al had je dat samen-gevoel misschien in eerste instantie op een andere manier hopen in te vullen :-).

jan
03
Puppyvragen over zindelijkheid

Deze vragen kregen we van iemand die de puppycursus bij ons volgt.

Vraag 1: “Ivy (10 weken) laten wij sinds het begin uit om 7.00, 7.30, 9.00, 11.00, 13.00, 15.00, 17.00, 19.00, 21.00 en 22.30 en ‘s nachts als ze piept (meestal 02.00 en 5.00 uur). Van donderdag op vrijdag nacht heeft ze doorgeslapen zonder te plassen/poepen  [😊]

Hoe kan ik deze tijden het beste uit gaan breiden?”

Antwoord: Als ze het red om zindelijk te zijn op deze tijden, schuif je ze op, zodat er tussen de plas en poep momenten steeds een half uurtje langer zit.

Vraag 2: “Soms wanneer ik met Ivy buiten ben geweest dan is ze snel afgeleid en “vergeet” ze haar behoefte te doen. Als we dan weer in huis zijn, zoekt ze binnen een plekje om te plassen/poepen (dit laat ik dan maar gebeuren). Kan ik hier misschien nog iets aan doen of hoort dit bij puppy’s en gaat dit vanzelf goed komen?”

Antwoord: Op deze momenten kun je haar bij binnenkomst aan de lijn houden of in de bench zetten en na 3 minuten opnieuw met haar naar buiten gaan en haar nog een kans geven. Niet te veel lopen, maar stil staan op dezelfde plek zodat ze minder afgeleid kan raken en niets zeggen tegen haar als ze buiten is om haar behoeften te doen. Aanmoedigingen zoals bv ‘zoek maar een plekje’ leiden vaker af dan dat ze helpen. En ja. het hoort ook bij het puppy zijn :-).

 

Heb jij ook een vraag over je puppy? Stel ‘m hieronder in de reacties of per email aan sandra@caniconnect.nl

okt
25
Hoe ga je om met een jonge pup en knallen?

vuurwerktips voor de hondDeze vraag kregen we van iemand die de puppycursus bij ons volgt.

“Ik wil graag weten hoe ik met de jonge pup (morgen 12 weken) om moet gaan met knallen buiten.
Bij ons in de buurt zijn ze nu al af en toe met vermoedelijk rotjes bezig.
Binnen reageert de pup er niet op, waarschijnlijk omdat mijn oudere hond van 10 totaal niet om knallen geeft.
Het is nog niet voor gekomen dat de pup buiten liep als er geknald werd. Als ik het hoor wacht ik even met uitlaten tot het weer rustig is. Maar ik zal het niet altijd kunnen ontlopen. Mijn vraag is wat kan ik doen als er buiten knallen zijn waar de pup wellicht van zou schrikken. Normaal negeer ik het gedrag en loop door.”

Angstgedrag, mits in proportie, is nuttig. Het beschermt de hond tegen dingen die potentieel gevaarlijk voor hem zouden kunnen zijn. De ene hond heeft meer aanleg voor angstgedrag dan de andere. 2 Honden die in dezelfde situatie terecht komen, kunnen er dus anders op reageren. De ene hond schrikt alleen maar ergens van, herstelt en het blijft bij deze ene ervaring. Een andere hond schrikt niet alleen maar raakt angstig, probeert te vluchten en de keer erna dat hij in een vergelijkbare situatie terecht komt, zal hij meer gespannen zijn en eerder angstig worden.
In dit geval betreft het dus een pup die nog geen negatieve ervaring heeft met harde geluiden of vuurwerk knallen. Hoewel het ene ras gevoeliger is om angsten te ontwikkelen en sneller gevoelig voor geluiden, weet je van te voren niet of je hond hier aanleg voor heeft. Wat kun je het beste doen?

Wat het baasje van deze pup doet, namelijk even wachten met uitlaten tot het weer rustig is, is heel verstandig. Zo voorkom je een eventuele negatieve ervaring. Maar zoals het baasje ook zegt, je kunt het niet altijd ontlopen, soms wordt je er door verrast.

Wat kun je doen als je pup ergens van schrikt?

Als je pup ergens van schrikt, maar niet wil vluchten, geef hem dan de tijd om informatie te verzamelen. Hij zal wat ineenduiken, misschien een stap opzij of naar achteren doen en kijken in de richting van het geluid. Je kunt op een rustige toon benoemen wat er gebeurde. Je pup zal niet begrijpen wat je zegt maar wel uit je intonatie op kunnen maken dat ‘het blijkbaar een naam heeft en wel meevalt.’ Als hij klaar is met het verwerken, zal hij weer rustig met je mee kunnen lopen.

Schrikt hij zo erg van iets dat hij wil vluchten (hij trekt naar het einde van de lijn en blijft daar trekken), probeer dan of je je pup kunt stimuleren om naar jou toe te komen. Als het lukt om je pup naar je toe te laten komen, kijk of hij in jouw buurt weer kan ontspannen. Wat maar helpt om je pup te laten ontspannen is ok om te doen. Helpt eten? Geef hem brokjes of lekkers. Helpt snuffelen? Strooi wat voer op de grond zodat hij kan snuffelen. Helpt samen rennen? Ga samen een stukje rennen. Wat helpt jouw pup om zijn spanning weer kwijt te raken? Als het niet lukt om je pup naar je toe te laten komen, loop rustig met hem mee en laat hem weggaan uit de situatie. Blijkbaar is het té groot voor hem en hem in de situatie houden, zal het mogelijk alleen maar erger maken!

Wat moet je absoluut niet doen?!

Forceer niets! Denk niet: ‘mijn pup moet het maar leren, hij went er maar aan. Als hij erg bang is, ga ik juist die harde knallen opzoeken.’ Niet doen! Je puppy ‘onderdompelen’ in iets wat té groot en bedreigend voor hem is, lost het niet op maar maakt het erger. Aan dingen zoals geluiden wennen, kan alleen als je puppy de informatie over wat hij meemaakt, normaal kan verwerken. Als hij in paniek is, gebeurt dat niet, dan is er alleen maar de paniek! Je puppy ‘denkt dan niet meer normaal na’ en is niet in staat om te leren ‘dat het allemaal wel meevalt.’

okt
10
Welke puppycursus?

Ontroerd… Deze email kregen we van een klant. Super bedankt voor het delen.

“Ik ben bezig met een schrijfcursus en kreeg de opdracht om verder uit te werken wat ik had geschreven over beide hondencursussen die ik gevolgd had, bij jullie en bij een andere school. Ik dacht dat jullie het misschien ook leuk zouden vinden om te lezen. Ik merkte dat ik het plezier in de training bij de andere cursus kwijt was geraakt (dacht eerst dat het gewoon aan mijn stemming lag), maar bij jullie vind ik dit weer terug. Dat is vast leuk om te horen :). Zowel ik als ‘naam van de hond’ vinden het veel leuker te oefenen nu dan bij de andere school.

Welke puppycursus?

De meeste mensen weten inmiddels dat een hondenschool die zich voornamelijk focust op beloning en niet op straf belangrijk is voor de opvoeding van je pup. Maar weet je dat ook tussen de hondenscholen die werken met belonen verschil zit?

Stel je hebt een grote will to please; zoals honden doorgaans hebben. En ik vraag je bepaalde trucjes aan te leren die ik groots beloon. Wat leer jij dan? Je leert gericht te zijn op wat je van mij moet doen. En wat als ik jou in de gaten houd en op het moment dat je uit jezelf iets goeds doet, dan beloon ik jou. Wat leer je dan? Dat het doen van gewenst gedrag beloning oplevert.

Beide methoden zijn gericht op beloning, Maar een werkt beter dan de ander. Ik heb beide gedaan en zag het verschil bij mij en mijn hond. De ene cursus leerde mijn pup de trucjes aan en daar was ik blij mee (en niets dan lof voor de inzet van de trainers). De andere cursus leerde mijn pup gewenst gedrag te vergroten. Wat betekende dat ik hem bijna geen commando’s hoefde te geven omdat hij zelf ging doen wat van hem verwacht werd. En het grappige is dat hij dit ook spontaan ging doen op het moment dat ik dit niet van hem verwachtte (maar wel fijn vond J). Dan stond ik in een winkel en ging hij bij het wachten rustig liggen.

Bij de een was ik hard aan het werk: om de aandacht van mijn hond vast te houden, om hem op het juiste moment het juiste te laten doen, en om te zorgen dat hij bleef doen wat ik wilde. Bovendien zorgde de focus op trucjes dat ik vooral gericht raakte op wat niet goed ging, en niet op alles dat wel goed ging. Bij de ander was ik ook aan het werk, maar op een ontspannen manier, met speelsheid. Ik werd getraind vooral te kijken naar wat goed ging, waardoor de aandacht daarop kwam te liggen. Bovendien kon ik de daar gebruikte oefeningetjes veel vaker inzetten omdat het niet als werken voelde, het voelde eerder alsof ik spelletjes met hem aan het doen was, en soms was het dat ook.

Ik snap het ook wel. Het is immers minder leuk om iets te doen op commando, dan een beloning te krijgen voor iets wat je zelf wilt doen. En het is fijner te focussen op wat goed gaat dan op wat nog niet goed gaat.

Waarschijnlijk kan ik hier veel lessen uithalen voor het dagelijks leven. Ode aan de positieve psychologie.

Hier mijn lessen: De focus houden op wat goed gaat in plaats van me frustreren over wat niet goed gaat. Kleine oefeningen op een speelse manier hebben een beter effect dan serieuze oefeningen gericht op een goed eindresultaat. Waardering voor eigen initiatieven en loslaten van het eindresultaat. En als laatste: fouten maken mag. Daarmee kom ik er wel in het leven, en mijn pup ook!

okt
10
Spel en strijd

Vanmorgen liep ik met Giggle bij de plas in Vianen. In de verte kwamen er 2 honden aan met 2 begeleiders. 1 Van de 2 honden liep een stuk voor de andere uit onze kant op. Giggle vindt honden het éinde en liep dus ook op deze hond af.

De hond bleef staan, een beetje een stijf lichaam, staart recht omhoog, niet kwispelend. Giggle reageerde hierop door haar houding wat te verlagen en in een bochtje om hem heen te draaien. De hond kwam naar voren, trok zijn lip op en gromde naar haar. Giggle draaide weg.

Ondertussen was de andere hond aan komen lopen en Giggle ging bij deze hond snuffelen. Hier zag ik 2 ontspannen lijfjes, bochtjes om elkaar heen draaien en een uitnodiging tot spelen. Nou dat wil Giggle wel! Maar in het renspel met deze hond, haakte ook de andere, eerste hond weer aan, alleen niet om te spelen maar om naar haar uit te vallen. Een blaf, een grom, een hap in het zwemvest en een hap in haar bil. Toen kwam ze mijn kant op en reageerde de andere hond op mijn stemverheffing die hem onderbrak.

Giggle was even onder indruk (de happen waren in haar vacht en gelukkig niet hard) en zocht de andere hond weer op om verder mee te spelen. Ondanks haar duidelijk vermijdende gedrag naar de ‘happer’, bleef zijn houding gespannen en zijn blik bleef op Giggle gericht. Even leek het erop dat hij mee ging spelen, maar in het rennen was dezelfde stijfheid en gerichtheid zichtbaar. “Uhm, gaat dit goed of wordt dit vechten?!” vroeg de begeleider van de ‘speelhond’. Dit gaat niet goed. Ik heb Giggle bij mij geroepen en nadat de eigenaar (baasje, begeleider) van de ‘happer’ zijn hond aangelijnd had meegenomen haar weer verder laten spelen met de ‘speelhond’.

Dit was zo’n situatie waarin je dikwijls hoort “laat het ze zelf maar uitzoeken, daar leren ze van”. Nou nee dus! Of eigenlijk ja natuurlijk leren ze er dan ook iets van maar niet wat ik voor ogen had en ook niet wat de persoon van de ‘happer’ voor ogen had. Ze het zelf uit laten zoeken had in deze situatie geresulteerd in een nare ervaring voor mijn hond, die ondanks haar nette vermijdende en kalmerende signalen toch ‘op haar kop werd gezeten’. Voor de ‘happer’ is het natuurlijk ook ongewenst om hem te laten ervaren een onzekere puber ‘even lekker te kunnen laten schrikken’.

 

Alles over hond-hond ontmoetingen en hoe je dit soort interacties kunt beoordelen behandelen we in de workshop ‘Spel of strijd?’. Zo kun jij ook voorkomen dat dit soort ontmoetingen escaleert.

okt
03
Begrenzing…een toverwoord voor het opvoeden van je pup

Een toverwoord voor een relaxte pup en puppyperiode!

Je pup leert iedere seconde dat hij wakker is. Wat hij leert, hangt af van de omgeving, wat hem prikkelt, waar hij toegang tot heeft en hoe jij hem daarin begeleidt.

Veel puppy’s hebben toegang tot het hele huis en de hele kamer. Voor de pup is dit te groot om te overzien, de kans op overprikkeling is groter, het zindelijk maken zal veel moeilijker zijn en hij heeft toegang tot allerlei interessante kauwobjecten zoals rieten mandjes, deurknopjes, kleden en ga zo maar door.

Geef je pup in het begin niet constant toegang tot het hele huis. Zet een stukje van de kamer of gang af. Dit wordt de plaats waar hij het grootste gedeelte van de dag zal doorbrengen. Het moet een plek zijn waar de hond wel contact met je heeft (het is niet de bedoeling om hem te isoleren!) maar geen toegang heeft tot de hele kamer. Wat een handige plek is, is afhankelijk van de indeling van je huis. Je kunt zo’n plek creeëren door een puppyren neer te zetten of door een kinderhekje in een deuropening naar bijvoorbeeld een gang te plaatsen. In deze puppy-ruimte staat ook de bench of een kussen, krijgt hij zijn eten, slaapt hij, staat water, zijn speeltjes en dingen waarop hij mag kauwen. Verder is de ruimte puppy-proof. Dat betekent dat er geen dingen zijn waar hij niet op mag kauwen, zoals kabels.

Zo’n ‘puppyzone’ geeft rust aan jezelf en eventueel kinderen en/of andere huisdieren in huis. Zij kunnen rustig spelen en rennen zonder dat de pup steeds in kleren of kinderspeelgoed bijt. Het geeft je zelf de gelegenheid je aandacht even op andere dingen dan de pup te richten.

Op een aantal momenten van de dag kun je de pup door de hele kamer laten lopen. Zorg ervoor dat hij is uitgelaten voordat je dit doet! Houd toezicht de hele tijd dat hij de kamer mag rondlopen. Alleen dan kun je erop toezien dat hij geen ongewenst gedrag zal gaan oefenen.

In de dagelijkse praktijk is de basisplek van je pup dus de ren/puppyzone. Maak deze positief door er in het begin bij te gaan zitten, de pup er zijn eten in te geven en ervoor te zorgen dat er lekkere dingen zijn om op te kauwen. Zet de bench erin en leg een kleedje of speeltje met de nestgeur in de bench.

Begrenzing op andere plaatsen:

Gebruik de lijn of andere begrenzingen om situaties te managen en te voorkomen dat de pup dingen oefent waarvan je liever niet wil dat hij ze oefent. Maak de kans zo groot mogelijk dat je pup het gedrag oefent wat je graag wil.
Bij ons bijvoorbeeld, staan in de puppyperiode de schoenen achter een hekje en ook in de tuin heb ik dingen afgezet waarvan ik niet wil dat de pup erdoorheen leert lopen, gaat graven of aan planten eet.
Een ander voorbeeld als je op visite gaat: neem je pup mee, houd hem het grootste deel aan de lijn. Neem iets mee om op te kauwen en beloon de pup als hij zelf voor rustig gedrag kiest. Is hij rustig? Dan mag hij wellicht wel even een rondje loslopen en snuffelen in het huis. Hier gebruik je de lijn als begrenzing.

Maar hoe lang heb je die begrenzing dan nodig? Hoe lang staat zo’n puppyren of bench in je huis en tuin?
Stap voor stap krijg je meer contact en controle over de pup en zullen de begrenzingen plaats maken voor zelfbeheersing, controle, goede gewoontes en gehoorzaamheid.

okt
03
De taal van de hond? Hoe honden leren. Dit is wat er vaak gebeurd!

‘Hujambo, jinsi wewe?’

….

‘Hujambo!” …. “Hujambó!!!’

Ik was op de middelbare school niet zo’n talenwonder.

‘Bonjour, comment ça va?’

Hoe was het ook alweer?

Je suis, vous êtes, il est… Pff, best lastig. Lang leve Google vertalen! 🙂

En al die woordjes die je moest leren en onthouden! Weet jij ze nog? Maison (huis), voiture (auto), table (tafel), chaise (stoel), chien (hond)…

Die “chiens” zouden eigenlijk ook eens een andere taal moeten leren. Die van ons! Zij communiceren namelijk, naast door te blaffen, piepen, janken, enz., onder andere met de lichaamshoudingen en soepelheid van het lichaam, de stand van de staart en oren, hun manier van bewegen en gelaatsuitdrukkingen. Als we ons niet realiseren hoe moeilijk het is voor de hond om onze taal te begrijpen en we zijn ons niet bewust van de taal die de hond spreekt, ontstaat er al snel miscommunicatie. Wij zeggen iets tegen de hond waarvan we verwachten dat hij het begrijpt en de hond op zijn beurt communiceert op zijn manier en neemt aan dat wij hem snappen. Hmmm. Om een goede relatie met je hond (en niet alleen met je hond natuurlijk!) op te kunnen bouwen is het van essentieel belang dat je elkaar begrijpt.

Baas en hond begrijpen elkaar niet altijd helemaal

Wat kan er mis gaan? Hieronder een tafereeltje in een willekeurig park, beschreven vanuit het perspectief van het baasje. 

Het baasje vindt het tijd om naar huis te gaan, maar hond Bello speelt nog druk met een andere hond. Het baasje roept: ‘Bello, kom hier’. Bello maakt geen aanstalten om te komen, hij speelt gewoon verder. Het baasje kijkt op haar horloge en mompelt ‘Hij doet weer net alsof hij doof is’. ‘Bello! Kom hier nu!!’ roept ze, al enigszins geïrriteerd. Nu kijkt Bello op. ‘Hij heeft me dus toch gehoord’, verzucht het baasje. Bello komt een paar passen dichterbij. ‘Schiet eens op!’, roept het baasje, snel op hem af lopend om hem aan te lijnen. ‘Verdorie, nu maakt hij een bochtje en loopt weer van me weg!’, klaagt het baasje in zichzelf, om zich vervolgens boos tot de hond te richten. ‘Eigenwijze hond! Hierkomen, nu!’. Ondertussen heeft de baas van de andere hond Bello kunnen pakken. Boos beent Bello’s baasje op hem af en spreekt hem bestraffend toe. “Dat is foei, hè! Je moet komen als ik je roep! Als je dat nog eens doet, mag je niet meer spelen met andere honden, hoor!’ Het doet haar deugd dat de hond de boodschap heeft begrepen, want Bello lijkt zich duidelijk schuldig te voelen. Hij duikt ineen en kijkt zijn baasje onderdanig aan. ‘Misschien heeft hij het nu eindelijk geleerd voor de volgende keer’, zegt het baasje tegen de andere hondeneigenaar en loopt met Bello naar de auto. Bello loopt mee zonder protest, maar kijkt nog wel een paar keer achterom naar zijn speelkameraadje, die traag kwispelend achterblijft.

Nu Bello’s versie van het voorgaande tafereel:

‘Lekker spelen met een andere hond. Lekker spelen met een andere hond. Lekker spelen met een andere hond. Lekker spelen met een andere hoooooond! Ik vind het echt ge-wel-dig om te spelen met een andere hoooooond!’ Bello gaat er helemaal in op. Het is eigenlijk hetzelfde als wanneer jij een heel spannende voetbalwedstrijd zit te kijken. Of je favoriete serie. Ken je dat? Dan hoor je het soms ook niet als iemand iets tegen je zegt. ‘Hè, zei je wat?’

‘Bello! Kom hier sasa!’ Bello hoort zijn baasje roepen, kijkt op en loopt enigszins twijfelend in haar richting. ‘Haraka juu!’, klinkt het. ‘Geen idee wat ze zegt’, denkt Bello, maar ziet zijn baasje in een wat dreigende houding snel naar hem toe lopen. ‘Ik zal proberen om haar wat te kalmeren, al heb ik geen idee wat er aan de hand is’, denkt Bello. Hij loopt in een bochtje en draait wat van zijn baasje weg (voor honden een signaal om de ander te kalmeren). Oei! Nu gaat het helemaal mis. ‘Mjuvi mbwa! Hierkomen sasa!’ Het baasje gaat nog harder schreeuwen en komt nu zeer dreigend aangesneld. ‘Hiyo ni aibu eh! Unapaswa kuja wakati mimi wito! Kama wewe kufanya hivyo tena, unapaswa kucheza na mbwa wengine kusikia!’ zegt zijn baasje op beschuldigende toon. ‘Wat is er toch aan de hand en wat bedoelt ze?’ denkt Bello, ‘Ik snap er niets van en ze maakt me bang!’. Bello ‘vertelt’ dat hij bang is door een lage houding aan te nemen en loopt om de vrede te bewaren met zijn baasje mee. Terwijl hij omkijkt naar zijn speelkameraadje denkt hij ‘Nou, volgende keer maar een beetje oppassen voor mijn baasje. Die is zo onvoorspelbaar. Die luistert helemaal niet naar me. Daar valt niet mee te communiceren…’.

Miscommunicatie! Waar gaat het mis?

We gaan er als mensen vaak te snel van uit dat de hond wel snapt wat we zeggen, terwijl we meer tijd zouden moeten nemen om de hond onze woordjes, onze commando’s, goed aan te leren en op te volgen. Ook in een moeilijke situatie met veel afleiding. Dat vergt training. Een hond die in een rustige situatie komt als je hem roept, weet niet automatisch wat er van hem verwacht wordt als er veel afleiding is. Stel je maar eens voor: je hebt de franse woordjes van hierboven (weet je ze nog?) op school geleerd. Nu zegt iemand iets tegen je in het Frans terwijl je die spannende voetbalwedstrijd of je favoriete serie zit te kijken. En bovendien voegt diegene, als hij zich herhaalt, allerlei woorden toe die je helemaal nooit geleerd hebt! ‘Hè, wat zei je?’ Alleen herhalen wat je al hebt gezegd werkt niet om een andere taal te leren, zeker niet als er telkens nieuwe, onbekende woorden aan toe worden gevoegd. Als je niet eerst leert wat de woordjes betekenen en iemand blijft ze op steeds weer een andere manier tegen je herhalen, dan verlies je snel de aandacht en geef je het op om diegene te willen verstaan. De woordjes worden RUIS.

Terug naar het tafereel in het park. Je hebt als baasje de hond geleerd te komen op het commando ‘Hier!’. Hij hoort je de eerste keer niet omdat hij opgaat in het spel met een andere hond. Je herhaalt het commando maar nu met toegevoegde woorden die de hond niets zeggen omdat hij ze nooit geleerd heeft en ze voor de hond dus overbodige informatie zijn, ruis. Voor mensen is het gebruikelijk om als een ander mens – een kind, bijvoorbeeld – niet luistert hetzelfde nogmaals te zeggen, maar telkens op een iets andere manier, met iets andere woorden, totdat de boodschap bij de ander aankomt. Voor een hond komt het veranderen van het commando of het toevoegen van woorden overeen met wat Swahili voor ons betekent: ruis. Zorg er dus voor dat je de hond helpt in situaties waarin hij (nog) niet doet wat je hem vraagt door alleen de geleerde woordjes, de commando’s die hij kent, te gebruiken. Daarmee leg je hem eigenlijk uit wat de betekenis is van het woordje. Na herhaaldelijk oefenen en vaker ‘uitleggen’ (helpen dus) zal de hond gaan begrijpen wat je van hem wil. Resultaat: een hond die doet wat je hem vraagt!

Verder moeten we ons bewust zijn dat de hond voornamelijk met zijn lichaam communiceert. Hij vertelt ons óók iets en geeft alleen maar die informatie die essentieel is om zijn boodschap over te brengen. Honden zijn meesters in communicatie, maar hondentaal komt niet voor in Google vertalen! Daarom hieronder in beeld een aantal voorbeelden van hondentaal. Dít is wat de hond je wil vertellen met zijn lichaam! Do you speak dog? 

Wist je dat we regelmatig een hele leuke en leerzame lezing over de taal van de hond organiseren? Lees verder > 

aug
04
Je puppy zindelijk maken

pup zindelijk makenDe ontwikkeling van de zindelijkheid van een pup begint al in het nest bij de fokker. Pups zullen instinctief  vanaf de leeftijd van ongeveer 3 weken hun nest niet willen bevuilen en, als ze voldoende uitloopmogelijkheden hebben, steeds een stukje verder bij het nest vandaan hun behoeften doen.

Verder moeten pups groeien om zindelijk te worden, net als bij kinderen moet de blaas sterker worden en krijgen ze als ze iets ouder zijn langzaam meer controle over hun spieren.

En er is nog een voorwaarde om zindelijk te kunnen worden, je puppy moet zich veilig voelen. Dan kan hij zijn behoeften leren doen op de door jou daarvoor uitgekozen plek.

Zeker de eerste periode nadat je je puppy hebt opgehaald, zul je merken dat hij buiten, terwijl jij daar staat te wachten op een plas, heel snel is afgeleid door van alles. Er gaat ergens een deur open, er rijd een auto langs, een blaadje wappert in de wind, hé wat ruikt hij daar?, O daar komen mensen aan!…

Wanneer moet je pup plassen / poepen?

Uitlaatmomenten overdag zijn:

  • Iedere 1,5 uur

+ direct als de pup wakker wordt,

+ even (dit is bij iedere pup anders) nadat de pup heeft gegeten,

+ tijdens en na opwinding (spelen, bezoek, thuiskomst)

+ bij intensief snuffelen, piepen, rondjes draaien,

+ voor het slapen gaan en ook voordat je de pup overdag voor zijn rust in de bench of puppyren doet.

Voorbeeld: Stel dat je pup om 12:00u heeft geplast. Om 12:45u komt er bezoek, hoewel de 1,5 uur nog niet voorbij zijn, ga je nu toch een keertje extra met hem naar buiten. Daarna begint je 1,5 uur weer te tellen. Speelt het bezoek echter even met je pup, dan moet hij weer een keer extra naar buiten.

Direct als hij wakker wordt, betekent ook echt DIRECT als hij wakker wordt. Zorg dat je bij hem bent voordat hij opstaat en de eerste passen heeft gezet Zorg ervoor dat je schoenen klaar staan, de lijn binnen handbereik ligt en de sleutels in de deur zitten 😊. Nog even dit of dit afmaken…..GAAT NIET!

Naar buiten gaan met je pup

Til hem op en zet hem de eerste dagen pas weer neer op de plek waar hij mag plassen. Na een paar dagen, zet je hem een paar meter vóór de plek neer waar hij mag plassen. Hij zal het herkennen en er zelf naar toe lopen. Zo kun je de afstand die je pup naar het plasgebied loopt steeds verlengen. Na een tijdje kan hij dan zelf naar het plasgebied lopen.

Je hoeft niet ieder plas of poepmoment ook met je pup een stukje te wandelen. Ga zo’n 3 keer per dag een stukje op pad met je puppy, alle andere keren zijn alleen om te plassen en/of poepen en hop, weer naar binnen.

Geduld en herhaling

Blijf buiten staan op een plaats waar de hond zijn behoeften mag en kan doen. Wacht daar tot hij dat heeft gedaan en beloon hem dan. Pups zijn in het begin buiten vaak snel afgeleid en vergeten dan hun behoeften te doen. Ze voelen zich buiten nog niet veilig en ook dat maakt het moeilijk voor ze. Door op één plek te blijven is de pup daar sneller bekend en zal hij sneller leren buiten zijn behoeften te doen.

Het kan zijn dat de pup tijdens het uitlaten zijn behoeften toch niet heeft gedaan, hoewel het gezien de tijd wel heel goed zou kunnen. Houd de pup binnen dan aan de lijn of zet hem even in de bench. Hij zal niet snel direct bij zijn baasje in de buurt zijn behoeften doen en in de bench ook niet. Ga na een minuut of 5 weer met hem naar buiten om hem nog een kans te geven. Mogelijk moet je dit een aantal keer herhalen. Geef hem geen kans om zijn behoeften in huis te doen.

Toch een ongelukje?

Als de pup toch binnen een ongelukje heeft, ruim het op zonder iets tegen de pup te zeggen of boos te worden.  Ook als je te laat bent en de pup is al begonnen te plassen of poepen, laat hem nu maar doen. Als je hem nu nog optilt, stopt hij meestal wel met plassen maar… er is een risco dat hij schrikt van je plotse interactie en denkt: “o, o, ik mag niet plassen bij mijn baasje in de buurt…”

Bovendien, als je hem nadat je hem hebt opgepakt nog buiten neerzet, in de hoop dat hij daar zijn plas afmaakt, is dat bijna nooit het geval. De druk is er namelijk vanaf, de pup is weer afgeleid en met andere dingen bezig. Ga je nu echter weer naar binnen, grote kans dat je weer een ongelukje hebt na een korte tijd. Zijn blaasje was immers nog niet helemaal leeg… Dus is hij eenmaal gestart … laat het. Volgende keer beter opletten en eerder reageren.

Je pup belonen

Alle keren dat de pup buiten zijn behoeften doet, prijs je hem rustig met je stem en je kunt hem extra belonen met wat lekkers. Geef hem wel de tijd om zijn behoeften helemaal te doen, door te snel te gaan belonen kan de pup worden afgeleid en doet hij slechts een deel van zijn behoeften buiten en daarna de rest misschien weer binnen. Wacht dus met belonen totdat je pup helemaal klaar is.

 

Anticipeer zoveel mogelijk op de tijden dat hij zijn behoeften moet doen. Probeer voordat hij gaat piepen en onrustig wordt met hem naar buiten te gaan. Zo leert de pup dat jij aangeeft wanneer er tijd is om te plassen en poepen en niet andersom.

 

Een pup zindelijk maken vergt tijd en vereist veel aandacht in het begin. Als je hem echter de eerste paar weken zeer goed in de gaten houdt en zo weinig mogelijk de kans geeft om zijn behoeften binnen te doen zal hij snel in de gaten hebben wat de bedoeling is.

apr
26
Over titeren en vaccineren van je pup

(Dit stukje is geschreven door dierenarts Mariëtte Roelofsen van Dierenkliniek Cato)

Vanaf het moment dat een pup van jou is, mag en moet jij zelf keuzes en beslissingen gaan maken over de verzorging van jouw pup. Een van de keuzes die je tegenwoordig kan maken is: Wil ik mijn pup (zoals al tientallen jaren gebruikelijk) “blind vaccineren” of wil ik mijn hond laten titeren. Dat zou betekenen dat er met een bloedtest eerst gekeken wordt of een vaccinatie wel echt nodig en nuttig is.

Om hier een goede keuze in te maken, volgt nu de info zodat jij een goede beslissing kan maken voor jouw pup.

Wat is titeren?

Door het afnemen van een druppel bloed van de hond kan worden bepaald of er nog voldoende antilichamen in het bloed aanwezig zijn. Hierdoor kun je zien of de hond wel of niet gevaccineerd moet worden, waardoor hij of zij niet onnodig een vaccinatie krijgt.

Waar is het aloude standaard vaccinatieschema op gebaseerd?

Al jaren worden honden volgens een standaard vaccinatie schema beschermd tegen de ziektes Hondenziekte, Parvo, Besmettelijke Leverziekte, Kennelhoest en Ziekte van Weil. Pups worden hierbij gevaccineerd op 6, 9 en 12 weken. Volwassen honden worden ieder jaar of iedere 3 jaar geënt afhankelijk van om welke ziekte het gaat. Voor de vaccinatie tegen Ziekte van Weil en voor Kennelhoest geldt dat deze inderdaad echt jaarlijks herhaald moet worden. Wetenschappelijk onderzoek heeft echter uitgewezen dat de cocktailenting voor honden tegen Parvo, Hondenziekte en de Besmettelijke Leverziekte niet
jaarlijks nodig is. Zo wordt de cocktail daarom bij Dierenkliniek Cato nog maar één keer in de 3 jaar gegeven. Het blijkt echter dat bij een groot aantal honden de bescherming van de cocktail zelfs nóg langer duurt, variërend van 6 tot 16 jaar.

Met de titerbepaling wordt de aanwezigheid van antilichamen in het bloed bepaald. Hierdoor wordt bekend hoe de bescherming is van jouw dier tegen de verschillende ziektes. Hierna kan de vaccinatie precies worden afgestemd op jouw hond.

Voor pups geldt dat het vaccinatieschema is gebaseerd op de wetenschap dat ergens in de eerste 12 weken de bescherming door de antilichamen die zij meekrijgen van hun moeder, via melkopname, wegvalt. Als de bescherming wegvalt, moet de vaccinatie de bescherming overnemen. Maar hoeveel antilichamen ze opnemen, in hoeverre de antilichamen echt zijn opgenomen en wanneer de bescherming afneemt verschilt per pup. De reden dat pups
standaard 3x worden gevaccineerd, is omdat we niet weten wanneer die antilichamen verdwenen zijn en dus niet weten of een vaccinatie aan zal slaan of niet.

Met het volgen van het standaard schema gaat iedere hondeneigenaar ervan uit, dat zijn pup vanaf de laatste vaccinatie volledig beschermd zal zijn. Echter we weten dat zo’n 5% van de pups niet beschermd wordt ondanks het “juist” uitvoeren van de vaccinatieschema.

Om onnodig vaccineren te voorkomen en zeker te weten dat de vaccinatie aanslaat, kan met de titerbepaling eerst worden gekeken of er nog antilichamen zijn en pas wanneer deze verdwenen zijn, wordt er dan een vaccinatie gegeven. Er is een toenemend aantal fokkers in Nederland die hiervan op de hoogte zijn en daardoor hun pups inderdaad laten titeren om zo onnodig vaccinaties te voorkomen.

Controle van de bescherming van je pup op 16 weken

Omdat we weten dat bij het volgen van het standaard vaccinatie schema zo’n 5% van de pups toch niet volledig beschermd is, raden wij alle puppy eigenaren aan om op 16 weken een titerbepaling te laten uitvoeren. Alleen door deze bloedtest weet je of jouw pup echt beschermd is tegen Parvo, Hondenziekte en Besmettelijke Leverziekte.

Wat nu: blind vaccineren of titeren?

Maar nu is de vraag: wat wil jij met je pup en zijn vaccinaties?

Wanneer kies je voor titeren en wanneer voor vaccineren?

Het standaard vaccinatieschema volgen is:

  • goedkoper en
  • alle dierenartsen zijn hiermee bekend

Wanneer is titeren iets voor jou en je pup?

  • als je het lichaam van je hond niet onnodig wil belasten en alleen wil vaccineren als het
    echt nodig is.
  • als je wilt weten of de vaccinaties die gegeven zijn, ook echt tot bescherming tegen de
    ziektes hebben geleid.
  • als je een hond hebt die in het verleden een reactie heeft gehad op een vaccinatie.
  • als je eigenaar bent van een hond met een verminderde weerstand bijvoorbeeld door
    allergieën, onderliggende ziektes en/of ouderdom.

Niet alle dierenartsen zijn met titeren bekend, dus het is zinvol als je hiermee verder wil, eerst goed uit te zoeken welke dierenarts jou daarbij kan helpen. Natuurlijk zoiezo Dierenkliniek Cato in IJsselstein : ).

Kosten van titeren

Het laten uitvoeren van een titerbepaling kost in 2018 bij Dierenkliniek Cato € 47,50 per hond. Mocht blijken uit de test dat je hond een vervolgvaccinatie alsnog nodig heeft, dan betaal je voor de vervolgafspraak inclusief de vaccinatie € 12,75.

Ik hoop dat je met deze info een goede keuze kan maken die bij jou past. Voor vragen kan je altijd terecht bij Mariëtte Roelofsen – Dierenkliniek Cato.

1 2 3 7